Ik wilde echt geen biggels huilen
schoof scharrelkevers in de hoek
mijn moeder was een bladerboek
mijn vader harkte kruimelkuilen
ik wreef wat snotters in mijn doek
tot uitgesnoven huilemuilen
mijn zusje zat opzij te pruilen
die zocht zichzelf die was al zoek
de dikke snikken bleven hikken
mijn broertje tikte met een tok
een bal om dof de muur te mikken
daarbinnen sloeg een middagklok.
De zon stond aan de heg te wrikken;
de vogel roerloos op de nok.

