Brandtrap

(ter nagedachtenis van Harry in het CWZ)

Ik kijk vanuit mijn ziekenflat
op kriskras ijzerwerk daarbuiten.
De brandtrap krabt er aan de ruiten,
een angstig kaal metaalskelet.

Beneden, waar de vogels fluiten,
het grasveld altijd onbezet.

Hierbinnen staat het lege bed
waar iemand alles af kwam sluiten.

Jij kon naar huis, want opgegeven.
Je hoorde gister onverwacht
dat je nog maar een maand zou leven.
En dat had geen van ons bedacht.

Soms gooit men iemand, om het even,
de brandtrap af. Die landt niet zacht.