Februari

Een winterherfst. Zo’n natte deken
van zwart en bruin en pareldauw.
Geknakte stelen. Zompig blauw
zet elke voet een zuigend teken.

Uit kale takken krast de kou.
Iets verder hoor ik stieren smeken:
gaat hun geloei de vloek verbreken
die alles nog bevriezen wou?

We hoeven niet alleen maar hopen
op groen dat sluimert onder drab,
dat straks heel dun komt opgekropen
als rafeldraadjes uit een lap:

de modder vraagt gewoon een stap!
We kunnen naar ons voorjaar lopen.