Groentenhospitaal

De broccoli in bedje één
ligt raspend kruimeltjes te hoesten
uit haar vergrijsde roosjesknoesten.
Er hangt een zweem van soep omheen.

En toen de paprika wou proesten
spleet hij helaas meteen uiteen;
daarbinnen blijkt een fenomeen
van pluis de zaadbal te verwoesten.

Uit bedje drie klinkt zachtjes wenen.
Dat is tomaat. Haar rimpelhuid
lekt tranen; blos is al verdwenen.

Ik kijk recht op mijn voeten uit:
mijn tenen zijn de winterpenen.

Ik weet wat schrompeling beduidt.