Het lukte niet om in te slapen
ik draaide maar, ik woelde wat
tot er geritsel ruiste dat
verloren zuchten op kwam rapen.
Daar hing een engeltje dat bad.
En zachte zang van altaarknapen
deed mondjes kwelend opengapen,
de vleugeltjes al fladderzat.
Ik hoefde me niet af te vragen
wat zij op aarde kwamen doen:
ik werd vanzelf al meegedragen
naar boven, naar een visioen
van mistig ijle nevelvlagen
en misschien wel een engelzoen.

