De zon snijdt kerven in de muren
knipt ruitenfonkel uit de school
van tegelplein tot tegenpool
jij kunt de blikker niet verduren
je mist de bal jij halve zool
wat zou je door je spleetjes turen
naar schichten vage schimfiguren
je hoort ze schreeuwen hee mongool
je doet een stap, opzij is beter
het zonlicht snerpt van gilgeluid
de stemmen schuren schroeien heter
en door je oren priemt een fluit
je struikelt naar de laatste meter:
het speelkwartier is over. Uit.

