De olifanten aan mijn voeten
slaan slurven om het ebbenhout
erboven is een nest gebouwd
daar komen slingeraapjes wroeten
en kaka’s krassen door het woud
hun fladdervleugels wappertoeten
waar hagedisjes zon begroeten
het in de takken dansend goud
dat bloemenweeldewaaierkleuren
tot vlammend blauwgeelrood verhit
daar vinden vlinders zoete geuren
hoog hangen vruchten vol van pit
die druipen als ze openscheuren:
toch voelt mijn beddelaken wit.

