De koning kan geen kroon meer dragen
ligt wild vertakt in wolkend blad
geschorst gebarsten langs een pad
waar kriebekruipers gaatjes knagen
waarschijnlijk was hij afgemat
door winternachten zomerdagen
door bliksemrommel regenvlagen
en had ineens zijn tijd gehad
genoeg van ruisen knerpen kreunen
hij trekt alleen nog ritsel aan
de kluit ligt op de rand te leunen
waar hij geworteld heeft gestaan:
toen niemand hem kon ondersteunen
is hij maar naar de grond gegaan.

