Als kreupelmuizen hinkelpoten
als vogels vallen zonder staart
als vorst de vlinderling bezwaart
als puppies die zijn natgegoten
zo zijn gedachten weinig waard
die doelloos dwalen, die verdroten
door angst en onmacht aangeschoten
vervluchten in een hellevaart
totdat ze samenhang verliezen.
Het eind is onafwendbaar wreed:
ze knappen krakend uit de smiezen,
verminkt, gebarsten, incompleet.
De restjes kunnen dan bevriezen
tot tinkel die van niets meer weet.

