Geen veegjes meer waar vleugels rijden
geen glans die nog langs water vist
geen schittering die weifels wist
geen streepjes die de bomen scheiden:
wat is het dat je mist in mist?
Waar schimmen door de nevel glijden
verdrinken diep in waas getijden
alles valt stil, verdwijnt, vergist
tot droezel waarin gruizels huizen
en zware grijsheid smoort vooral
jezelf: als dromen niet meer ruisen,
dan doven flonkers van kristal
die anders naar gedachten suizen.
Je ziet niet meer wat komen zal.

